Vereniging Meetbedrijven Nederland

Meer aandacht voor hybride en open warmtenetten

(28-11-2018)

Warmte van lage temperatuur en uit verschillende bronnen kan soelaas bieden voor aardgasvrije nieuwbouw. Hybride en open netten gevoed met deze warmte krijgen door de dichtdraaiende gaskraan meer aandacht, maar kennen nog altijd praktische uitdagingen.

Een warmtenet hoeft niet alleen te draaien op één industriële bron met hoge temperaturen. Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater (aquathermie), rioolwater (riothermie), de diepe ondergrond (geothermie), er zijn allerlei soorten bronnen waarmee de gebouwde omgeving anders kan verwarmen. Zo presenteerde de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) onlangs de Handreiking Aquathermie, waarmee de gemeente Hoorn in pilotprojecten aan de slag gaat. Een open warmtenet kan volgens onderzoek Westlandse tuinders ruim 650 miljoen kuub aardgas per jaar besparen. Ondertussen kopen energieleveranciers als ENGIE kennis en kunde van warmte in om ‘leiding te nemen in duurzame verandering’.

Onderzoek
Hoewel Nederland nu nog één daadwerkelijk open warmtenet telt (Mijnwater in Heerlen) trekken hybride en open netten met meerdere warmteleveranciers meer aandacht van ontwikkelaars, corporaties en gemeenten. Dat stelden experts van het platform Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN) vast tijdens een recente bijeenkomst, waar verslag van is gedaan op de site LenteAkkoord. Alliander DGO is bij 50 tot 60 van dit soort warmteprojecten betrokken, netbeheerder Stedin onderzoekt een open net in Delft en Eneco werkt mee aan de Warmterotonde Zuid-Holland, somde senior adviseur Henk Monshouwer van Alliander DGO op.

Nieuwbouw en legionella
Open warmtenetten brengen specifieke voor- en nadelen met zich mee ten opzichte van traditionele hoge temperatuurnetten. Warmte van lagere temperatuur (30 tot 40 graden) is vooral voor vloerverwarming, lage temperatuurradiatoren of andere afgiftesystemen van nieuwbouw voldoende. Maar om legionella te voorkomen, moet deze warmte wel opgewaardeerd worden om warmtapwater te voeden. De lage temperaturen zijn dan wel weer ‘energetisch gunstig’ volgens senior adviseur Harm Valk van de Nieman Groep: de leidingverliezen zijn immers altijd kleiner dan bij netten met hoge temperaturen.

Hybride en open netten zijn groeimodellen
Meer onderzoek en aandacht voor warmte uit diverse bronnen leidt niet direct tot meer grote open of hybride netten in de praktijk. Volgens director Smart Area Development Jeank van der Haar van ENGIE ligt dat aan (welbekende) drempels voor warmteprojecten: de schaalgrootte en opstartfase. Wil een net renderen, dan is een bepaalde schaalgrootte van afnemers en klanten nodig. Aan de andere kant hebben hybride en open netten weer het voordeel dat ze klein kunnen starten om later meer bronnen en afnemers op het net aan te sluiten. Deze netten werken in de praktijk dan ook als een groeimodel, aldus Van der Haar.

Foto: Lenteakkoord.nl

Meer aandacht voor hybride en open warmtenetten


Terug naar Nieuwsoverzicht